Media
De platenkast van MARK TUITERT
28 juli 2011 | Blog Media | 3 reacties
Mark Tuitert (1980) is schaatser en luistert muziek.
door Yorick Buwalda / fotografie Titia Hahne (OOR #6 2011)
NU IN DE SPELER
‘Angles van The Strokes. Hier [er ligt een flinke stapel net beluisterde cd’s bij Tuiterts installatie] ligt ook nog Vol 3: The Subliminal Verses van Slipknot, een van Raekwon, Robert Plants Band Of Joy en Ænima van Tool. Die van The Strokes heb ik gekregen voor mijn verjaardag van mijn oude ploeggenootje Sjoerd de Vries, een echte Strokes-fan. Als mensen niet weten wat ze moeten geven, dan zeg ik altijd: doe maar een cd.’
EERSTE PLAAT
‘Dat was een cassettebandje met de soundtrack van Tour Of Duty. Ik moet een jaar of tien geweest zijn en speelde toentertijd wel eens oorlogje en vond geschiedenis bijster interessant. De Golfoorlog speelde ik zelfs na met Lego! Toen de Tour Of Duty-serie over de Vietnamoorlog op tv kwam, raakte ik daar door geobsedeerd. Die serie was voor mij ook een beetje de eerste kennismaking met goede muziek. Mijn ouders vonden het ook wel leuk en kwamen met dat bandje thuis en dat mocht ik, terwijl er normaal gesproken alleen maar Neil Diamond of Nana Mouskouri geluisterd werd, gewoon draaien. Paint It Black van de Rolling Stones stond erop. Daar begon het eigenlijk mee.’
LAATST GEKOCHT
‘Ik ga er eens in de maand goed voor zitten en dan bestel ik een hele rits cd’s. Er is op dit moment een pakketje onderweg met onder andere The Wild Hunt van The Tallest Man On Earth, Fantasies van Metric en een oudje van Nine Inch Nails dat nog in mijn collectie ontbreekt. The Tallest Man On Earth ken ik via Sjoerd. Toen ik het voor het eerst luisterde dacht ik: weer zo’n bandje met dat populaire folkgeluid. Mumford & Sons heeft dat ook. Flikker maar op! [lacht] Ik ben dan ook een beetje tegendraads: als het te populair wordt, hoeft het van mij niet meer. Maar toen ik het op een ochtend toch nog een kans gaf, dacht ik: wat een gave muziek! Echt perfect voor een rustig begin van je dag.’
DIERBAARST
‘Natuurlijk kan ik ook genieten van The Strokes of The Kills, maar de muziek waar ik echt van houd, is die waarmee ik ben opgegroeid: Soundgarden, Pearl Jam, Alice In Chains, Nirvana en ga zo maar door. Ik ben dus van de grungegeneratie. Eén favoriete plaat aanwijzen is moeilijk en als ik die al heb, zou die daar tussen moeten zitten. Ten, Nevermind, Dirt of misschien het debuut van Rage Against The Machine en Master Of Puppets van Metallica, waar ik ook fan van ben. Ik heb het gevoel dat het rauwe, echte en ongepolijste in de muziek gewoon weg is tegenwoordig. Dat vind ik jammer. Het geweld van de gitaren, de gekte, dat krijg-de-tering-gevoel dat Kurt Cobain vertegenwoordigde. Er zat zoveel kracht in. Die muziek zal me nooit loslaten.’
JEUGDZONDE
‘Nee, ik liep niet in houthakkershemden en gescheurde spijkerbroeken. Ik kom van de boerderij, dus ja… Daar was ik denk ik nog niet aan toe. Ik was in die jaren nog heel erg op zoek en ging ook naar de discotheek waar ze house draaiden. Dat vond ik dan ook wel weer gaaf. Ik vond toen eigenlijk alles wel goed waar geweld in zat. [lacht] Maar wat muziek voor de rest allemaal betekende en hoe je erbij moest lopen… geen idee! Daarbij was ik ook toen al voornamelijk bezig met sporten.’
ROCK & ROLL
‘Ik heb vorig jaar met [stand-up band] De Coronas in Vancouver gespeeld na afloop van de Olympische Spelen en ik heb twee keer opgetreden met Jovink En De Voederbietels. Die jongens van Jovink komen uit dezelfde hoek als ik en toen ik ze een keer tegenkwam, vroegen ze of ik het leuk zou vinden om een keer mee te spelen. Ik ben pas op mijn twintigste begonnen met gitaarspelen en heb nooit in een band gezeten. Het lijkt me wel leuk om dat later te doen, maar het is er tot nu toe nog niet van gekomen.’
Interview Sportweek (oktober 2009)
18 juni 2010 | Blog Media | Reageren?Lees hier het gehele interview met Mark uit oktober 2009 met Sportweek.

Schaatsen slijpen met Mark Tuitert, Holland Sport
16 maart 2010 | Blog Media | 2 reactiesColumn Wilfried de Jong: ZO, ZO ZO GRAAG
23 februari 2010 | Blog Media | 27 reactiesIk wil een coach met een bril die ik tijdens de omhelzing afstoot, ik wil zijn rammende vuisten op mijn rug voelen en schreeuwen, schreeuwen, schreeuwen om zoveel geluk, zoveel ongeloof, zoveel verbeten pijn.
Ik wil een Nederlandse vlag met een los touwtje aan het eind. Het liefst zou ik met de schaatsen nog aan in de mast klimmen naar de oranje top – kriebels in de onderbuik – en daar de driekleur vastbinden, vervolgens naar beneden glijden en me laten vallen in de armen van prinses Maxima en Erica Terpstra.
Ik wil best herinneringen hebben aan ellende; vallen op het ijs op plekken waar niemand het verwachtte, de ziekte van Pfeiffer onder de leden hebben en daardoor iedere dag nog niet eens de puf hebben om uit bed te stappen, laat staan een paar schaatsen aan te trekken.
Ik wil lang haar hebben dat ik met mijn vingers als kam achterover strijk waardoor ik op een popidool lijk, een gitarist met rauwe akkoorden waarvan mijn fans smullen als ik ze uit de Fender Stratocaster ram die om mijn schouders hangt. Schaatsen als rock -‘n- roll; slag voor slag beuken op het rechte eind, in hoog tempo swingen door de bochten, met het zuur in de benen.
Kom maar op met de pijn, ik kan het aan.
Ik wil best voor een keer bidden. Na mijn race een kruis slaan over mijn leeggereden borstkas. En daarna een schietgebedje doen op de uitrijbaan, de handen vroom gevouwen en stilletjes vragen: “Kom op, God, u heeft nu lang genoeg toegekeken hoe hard ik knok om een goede schaatser te zijn. Wordt het niet eens tijd dat ik beloond wordt? Ik bedoel, Shani Davis heeft genoeg succes gehad. Dit is mijn dag. Ik smeek u, geef mij het goud!”
Ik wil een overslaande stem, een keel waar teksten uitkomen over acht jaar vallen en opstaan, over dat ik- in de zwartste dagen van mijn leven- nog altijd weer een straaltje licht door de vuile mist zag prikken. Ik wil een lach rond mijn mond die maar niet verdwijnt, geluksrimpels rond mijn ogen en vonken uit mijn pupillen.
Ik wil op het digitale scorebord naar mijn snelle tijd kijken, naar de einduitslag staren – ik zie mijn naam op nummer 1! – en beseffen dat ik het stokje overneem van Ard Schenk. Hoe is het mogelijk? Ik word in één adem genoemd met een legende. Schenk won in 1972 de metrische mijl in Sapporo. En nu ik in 2010 in Vancouver? Is dit echt?
Ik wil naderhand in de microfoon zeggen: “Ik wilde zo, zo, zo ontzettend graag die medaille.””
Ik wil over de reclameborden hangen, langs de kant van de ijsvloer, en met gretige blik naar mijn blonde meisje op de tribune zoeken. Daar is ze. Onze ogen kijken elkaar onafgebroken aan. Ze komt naar beneden gestormd, ze lijkt wel een prinses uit een droom. Ze zweeft op me af en omhelst me. De warmte gaat dwars door de aerodynamische stof. We zoenen en heel Nederland zoent mee. Nederland huilt thuis voor de televisie om een gezicht waarin ongeloof en geluk staan gebeiteld.
Ik wil, al is het maar voor 1 minuut 45 seconden en 57 honderdste, Mark Tuitert zijn.
Overgenomen uit NRC/Next, met toestemming van Wilfried.













