nov 12
Control nieuwe hoofdsponsor schaatsploeg Jac Orie
donderdag 12 november 2009Het financieel detacheringsbedrijf Control is de nieuwe hoofdsponsor van de schaatsploeg van Jac Orie. Dat maakte de coach zojuist bekend tijdens een persconferentie in Wolvega. De bedrijven Mats en Skihut zullen als cosponsors fungeren. De oude geldschieter DSB Bank werd vorige maand failliet verklaard, een dramatische start van het olympische seizoen.
Control heeft de intentie uitgesproken de equipe voor meerdere jaren financieel te ondersteunen, Mats en Skihut blijven sowieso tot aan het eind van dit seizoen aan de formatie verbonden.
Ondanks de perikelen rond DSB noteerden de schaatsers van Orie goede resultaten bij de NK afstanden. Zo veroverde Annette Gerritsen de titel op de 500, 1000 en 1500 meter. Afgelopen weekeinde liet Marianne Timmer tijdens de World Cup in Berlijn zien dat ze haar olympische vorm nadert met een derde plaats op de 1000 meter. Voor de ploeg rijden verder Margot Boer, Laurine van Riessen, Stefan Groothuis, Simon Kuipers, Mark Tuitert, Sjoerd de Vries, Jan Smeekens en Kjeld Nuis.
Bron: Sportweek














Beste annette of Mark,
ik weet niet wie dit bericht krijgt, maar misschien wil je er samen eens aandacht aan besteden.
ik hoorde Anette op TV zeggen dat het in de afzet zat.
In het artikel zul je lezen waarom. Als je op mdat laatste moment de meeste kracht geeft, heb je de grootste stuwing, maar spaar je heel veel energie.
Als je op dat laatste moment fel met de armen ondersteunt, hebje dubbel resultaat.
Als je, net als ik naar het schaatsen kijkt, zie je het meteen.
De schaatsers van Kemkers bewegen hun armen gelijkmatig. Jullie cslaan vinniger op het laatst. Prima. Shani Davis is de grote kampioen op dat punt. Hij kan elk moment versnellen. Met zijn armen.
Sprinters die finishen met één arm op hun rug, hebben het echt niet goed geleerd.
Succes verder.
Jo Everaert, jjeveraert@zeelandnet.nl
25. ONDER DE LOEP. Volleytechno nr.1 maart ’01.
DOOR HET MIJNENVELD NAAR ATHENE.
Eigenlijk moet het heten:
DOOR DE WAKKEN NAAR SALT LAKE CITY.
Want het gaat over schaatsen.
Maar het verhaal is zo identiek, zo klassiek Nederlands: Zo land van Milo, zo land zonder Newton.
Juist zoals in de looptechniek het verschil tussen sprinten en afstandlopen niet onderkend wordt, zo wordt ook in het schaatsen dit verschil onvoldoende onderkend.
LAND VAN MILO.
Voor Shimizu, de Japanse sprinter zet ik de televisie aan. Hij is voor mij de belichaming van:
De armen zijn het stuur en de motor van elke aktie. Meer dan schitterend.
Bij het afstandschaatsen worden de armen, vanwege de luchtweerstand op de rug gelegd. Maar wie dat ook doet op de kortste afstanden, neemt vrijwillig afstand van de grote aandrijvende reactiekracht.
Leen Pfrommer is voor mij de grootste schaatstrainer aller tijden. Ongelooflijk veel topschaatsers heeft hij gebracht. Met pijn zag ik vaak hoe zijn pupillen hem in de steek lieten. Op zoek naar meer? Ik denk het wel.
Pfrommer is de man van het gedisciplineerd schaatsen. Handen op de rug vanwege de luchtweerstand. Hij leerde het hen feilloos. Maar met de handen op de rug kun je geen duel uitvechten. In de sprint vecht je duels uit op armkracht. Zoals de Japanners, de Canadezen, de Amerikanen. Alleen wie zijn armen in de strijd gooit kan zijn woede, zijn emotie, zijn frustratie, of wat voor motivatie ook, vertalen naar betere prestaties als het er op aankomt. Het is goed dat Gerard Kemkers en Ingrid Paul elders getraind hebben. Het is goed dat Peter Müller in Nederland binnengehaald is. Zij voegen de armaktie toe aan het schitterende scholingswerk, verricht door Pfrommer e.a. Müller verstaat als geen ander de kunst om, via deze armaktie, emotie te vertalen naar explosie. De kunst om duellisten op het ijs te zetten.
Wennemars en Bos.
Op 20 januari vond in Inzell het EK sprint plaats.
Wennemars reed een verschrikkelijk slechte 500m. Hij huilde van woede en teleurstelling. Knarsetandend pompte hij zich vol adrenaline en ging als een furie van start op de 1000m. En de furie bleef tot de laatste meter. Met enorme klappen van zijn armen joeg hij zich tot over de finishlijn. En won.
Ik zag ook Bos finishen, glijdend met één arm op de rug.
(Deze flagrante tegenstelling noopte me dit stukje op te nemen in de serie over Athene.)
LAND ZONDER NEWTON.
Op 10 jan. ’98 verscheen in het AD een artikel waarin bewegingswetenschapper Dr. Jos de Koning van de VU in Amsterdam, uitlegt waarom en hoeveel de klapschaats efficiënter is. Via een mechanische pop, “Jumping Jack”, toont hij terecht aan dat door toevoeging van de enkelstrekking meer kracht, meer energie geleverd kan worden. Tot mijn verbazing werd in het hele artikel niet verwezen naar de hoeveelheid kracht die horizontaal geproduceerd wordt om de schaatser voort te stuwen. Want alleen die horizontale kracht is bepalend voor het resultaat, zoals de Wetten van Newton ons leren.
Strekkracht van onze benen, die verticaal uitgeoefend wordt, brengt ons geen millimeter vooruit. Alleen als de schaats buiten het zwaartepunt komt gaat de strekkracht ook horizontale kracht uitoefenen.
Stel de strekkracht van een been op 100kg .
Als het been onder een hoek van 60 graden staat/afduwt, is de horizontale kracht, de kracht die voortstuwt, 50 kg. Als de hoek 45 graden is, is de horizontale kracht 70,7 kg. Aanmerkelijk meer dus. Hoe verder het been naar buiten gebracht wordt, oftewel hoe kleiner de hoek tussen been en ijs gemaakt wordt, hoe groter de horizontale kracht.
Maar ook:
Hoe dieper de schaatser zit, hoe verder de afzet buiten zijn zwaartepunt plaats heeft. Diep zitten is echter niet ongelimiteerd. Maar dank zij de klapschaats wordt het been langer gemaakt en kan bij dezelfde zithoogte onder een kleinere hoek kracht gegeven worden. En daar zit de extra winst.
Gunda Niemann heeft dit Newtonpricipe altijd, bewust of onbewust, toegepast. Haar techniek werd in Nederland steeds verguisd. Het accent van de slag moet zitten in het eind van de afzet.
“Richting Sportgericht”, vakblad voor training, onderwijs en wetenschap, wijdt in het Oktobernummer ’00, drie artikelen aan de klapschaats. Er wordt geappelleerd aan onderzoekingen van ( de betreurde) G.J. van Ingen Schenau, Jos de Koning, Han Houdijk, Henk Gemser e.a. alles wordt gemeten en uitgetest. Maar er wordt weer volledig voorbijgegaan aan de horizontale component van alle krachtwerking.
Helaas: Land van Milo, Land zonder Newton.
Nederland barst van het talent. De mogelijkheden zijn ideaal. Maar als we zeker willen zijn, moet het worden: Land zonder Milo, Land van Newton.